Kortlopende rentetarieven (1 jaar en korter)
Gedurende 2019 zijn de kortlopende rentetarieven nog verder gedaald. Alle tarieven voor kort geld waren in 2019 negatief. De lage stand van de tarieven wordt voornamelijk veroorzaakt door de maatregelen van de Europese Centrale Bank (ECB) ter stimulering van de economie. Onderstaande grafiek geeft een overzicht van de ontwikkeling van de rente inzake op te nemen gelden over kortlopende periodes gedurende het jaar 2019.
Langlopende rentetarieven (langer dan 1 jaar)
De langlopende rentetarieven zijn ten opzichte van 2018 gedaald. Nieuwe leningen konden in 2019 worden aangetrokken voor gemiddeld 0,72%, uitgaande van een periode van 20 jaar. Leningen met een periode van 10 jaar kosten gemiddeld 0,27% en leningen met een periode van 5 jaar kosten gemiddeld 0,02%.
Gevolgen voor onze gemeente
Verwijzend naar de voorgaande punten is het rentetarief voor het korte geld goedkoper dan dat voor het lange geld. Financiering voor een periode van 1 jaar of minder (kasgeld) heeft daardoor de voorkeur. Er is echter in de wet FIDO een kasgeldlimiet opgenomen. Na overschrijding van deze limiet (maximaal drie kwartalen achtereen) dient de financiering plaats te vinden met lang geld. Door deze situatie is de gemeente genoodzaakt om op termijn langlopende leningen aan te trekken.


