Een belangrijk uitgangspunt in de wet FIDO is het vermijden van grote fluctuaties in de rentelasten van openbare lichamen. Om een grens te stellen aan korte financiering, dat wil zeggen een rentetypische looptijd tot één jaar, is in de wet FIDO de kasgeldlimiet opgenomen. De kasgeldlimiet wordt berekend als een percentage (voor gemeenten 8,5%) van het totaal van de jaarbegroting van de gemeente bij aanvang van het jaar. De gemiddelde korte financiering (de netto vlottende schuld) dient per drie maanden getoetst te worden aan de kasgeldlimiet. Hiertoe wordt het gemiddelde genomen van de korte financiering per aanvang van de drie kalendermaanden in een kwartaal.
Overzicht kasgeldlimiet over het jaar 2019
Berekening kasgeldlimiet 2019 (* € 1.000) | |
Begrotingstotaal | 68.903 |
Vastgesteld percentage | 8,50 |
Kasgeldlimiet | 5.857 |
Berekening kasgeldlimiet | 1 e kwartaal 2019 | 2 e kwartaal 2019 | 3 e kwartaal 2019 | 4 e kwartaal 2019 |
Gemiddelde vlottende schuld (+) / gemiddeld overschot vlottende middelen (-) | 18.530 | 20.963 | 4.326 | 10.067 |
Kasgeldlimiet | 5.857 | 5.857 | 5.857 | 5.857 |
Overschrijding van de kasgeldlimiet | 12.673 | 15.107 | 4.210 | |
Ruimte onder de kasgeldlimiet | 1.531 |
In 2019 heeft de gemeente het eerste, tweede en vierde kwartaal de kasgeldlimiet overschreden. Het derde kwartaal van 2019 is de gemeente echter binnen de kasgeldlimiet gebleven. Bij overschrijding van de kasgeldlimiet langer dan drie kwartalen achtereen, dient dit aan de toezichthouder gemeld te worden. Dit was in 2019 niet nodig. Per 31 december 2019 is de boekwaarde van de kasgeldlening € 12 miljoen.

